ECLI:NL:RBMNE:2018:5854

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 november 2018
Publicatiedatum
29 november 2018
Zaaknummer
C/16/469682 / FL RK 18-2098
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:292 BWArt. 1:295 BWArt. 1:253g lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing testamentaire voogdij aan oudste zoon na overlijden moeder

Na het overlijden van de moeder, die het eenhoofdig gezag over haar minderjarige kind uitoefende, ontstond er een situatie waarin niemand het gezag uitoefende. De oudste zoon van de moeder verzocht de rechtbank hem te belasten met de voogdij over het kind, gebaseerd op de testamentaire aanwijzing van de moeder en met instemming van de vader.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de moeder in haar testament duidelijk de wens heeft uitgesproken om haar oudste zoon tot voogd te benoemen. De zoon heeft gedurende de ziekte van de moeder en na haar overlijden zorg gedragen voor het gezin en de praktische zaken geregeld, waaronder het voortzetten van de huurovereenkomst zodat het kind in de vertrouwde omgeving kan blijven.

De Raad voor de Kinderbescherming en de vader hebben geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek. De rechtbank concludeert dat het belang van het minderjarige kind niet wordt geschaad door de voogdij toe te wijzen aan de oudste zoon en wijst het verzoek toe. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2018.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en belast de oudste zoon met de voogdij over het minderjarige kind.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht
Zittingsplaats: Almere
zaakgegevens : C/16/469682 / FL RK 18-2098
datum uitspraak: 15 november 2018

beschikking voogdij

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. I.M.G. Maste,
hierna te noemen: verzoeker,
betreffende
[naam van minderjarige], geboren op [2006] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad,

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:

[naam informant] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoek met bijlagen van verzoeker van 31 oktober 2018, ingekomen bij de griffie op
1 november 2018.
Op 15 november 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld en gehoord:
- de minderjarige [voornaam van minderjarige] ,
- verzoeker, bijgestaan door mr. I.M.G. Maste,
- mevrouw [A] , medewerker van zorggroep Almere,
- mevrouw [B] , namens de Raad.

Het verzoek

Verzoeker heeft verzocht hem te belasten met de (tijdelijke) voogdij over de minderjarige [naam van minderjarige] . De rechtbank zal het verzoek lezen als een verzoek tot het ambtshalve toepassen van de artikelen 1:295 jo 1:253g, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ter zitting is gebleken dat er geen beletsel is om direct te voorzien in de voogdij.
Ter onderbouwing van het verzoek is het volgende aangevoerd. Verzoeker is de oudste zoon van [C] (hierna: de moeder). [voornaam van minderjarige] is op [2006] geboren uit de relatie van de moeder en de vader. Moeder is belast met het eenhoofdig gezag over [voornaam van minderjarige] . Moeder is op maandag [overlijdensdatum] 2018 overleden, maar heeft samen met verzoeker alles geregeld voor na haar overlijden. Zo zal verzoeker de huurovereenkomst voortzetten, zodat de kinderen bij elkaar kunnen blijven wonen. Moeder heeft voor overlijden een testament opgesteld waarin de wens is opgenomen om verzoeker tot voogd te benoemen over [voornaam van minderjarige] . Omdat er door het overlijden van moeder niemand is die het gezag over [voornaam van minderjarige] uitoefent zijn er praktische problemen ontstaan. Zo kan er geen beslissing worden genomen over de erfenis en kan de ziektekostenverzekering van [voornaam van minderjarige] niet worden geregeld. De wens van moeder om verzoeker met de voogdij over [voornaam van minderjarige] te belasten is met de vader besproken. De vader heeft hiermee ingestemd. Verzoeker heeft het afgelopen jaar voor zijn moeder gezorgd. Daarnaast zorgt verzoeker voor het gezin en voor inkomen.

De beoordeling

Ingevolge artikel 1:292 BW Pro kan een ouder bij uiterste wilsbeschikking of door hiervan aantekening te laten opnemen in het register, bepalen welke persoon dan wel welke personen na zijn dood voortaan als voogd het gezag over zijn kinderen zullen uitoefenen. Ingevolge artikel 1:295 benoemt Pro de rechtbank een voogd over alle minderjarigen, die niet onder ouderlijk gezag staan en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien. BW wordt het verzoek slechts afgewezen, indien de rechter oordeelt dat het belang van de minderjarige zich tegen inwilliging verzet.
Moeder heeft op 27 maart 2013, in aanwezigheid van mr. [D] , kandidaat notaris (waarnemer van mr. [E] , notaris) testamentair vastgelegd dat, in het geval zij ten tijde van haar overlijden het gezag uitoefent over één of meer van haar kinderen, tot voogd over hen wordt benoemd de heer [verzoeker] . Moeder heeft dit opnieuw, ten overstaande van haar advocaat mr. I.M.G. Maste, verklaard en vastgelegd op 2 maart 2018. Na het overlijden van moeder heeft verzoeker de rechtbank conform de wens van moeder verzocht hem te belasten met de voogdij over [voornaam van minderjarige] , thans het enige nog minderjarige kind van de moeder, nu niet in haar gezag of voogdij wordt voorzien. Verzoeker heeft daarbij de aanwijzing van moeder tot testamentaire voogd aanvaard. De rechtbank dient te beoordelen of het belang van [voornaam van minderjarige] zich tegen voorzien in de voogdij door het benoemen van verzoeker tot voogd verzet.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat verzoeker zich, gedurende de ziekte van zijn moeder, heeft opgesteld als de man des huizes. Hij zorgde voor inkomen en regelde alle praktische zaken voor moeder en de kinderen. Thans zorgt hij nog altijd voor inkomen en regelt hij de praktische zaken voor [voornaam van minderjarige] . Zo is hij bijvoorbeeld ook altijd aanwezig geweest op de ouderavonden op school. Inmiddels is ook gebleken dat de huurovereenkomst van de woning op naam van verzoeker wordt voortgezet, zodat de kinderen bij elkaar kunnen blijven wonen nu moeder er niet meer is. Ook zal mevrouw [A] namens de Zorggroep Almere betrokken blijven om verzoeker te ondersteunen waar nodig. De vader heeft zich ter zitting niet verzet tegen het verzoek. Ook is ter zitting besproken dat er, als verzoeker de voogd van [voornaam van minderjarige] is, niets zal veranderen aan het contact tussen [voornaam van minderjarige] en haar vader. Namens de Raad is eveneens ingestemd met het verzoek.
De rechtbank ziet, gelet op het voorgaande, geen redenen om aan te nemen dat het belang van [voornaam van minderjarige] zich verzet tegen benoemen van verzoeker tot voogd. Het verzoek zal daarom worden toegewezen en verzoeker zal worden belast met de voogdij over [voornaam van minderjarige] .

De beslissing

De kinderrechter:
belast
[verzoeker]met de voogdij over
[naam van minderjarige], geboren op [2006] te [geboorteplaats] ;
wijst het meer of anders verzochte af;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2018 door mr. P.K. Nihot, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van Garderen als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op