Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
,
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor twee woninginbraken gepleegd in korte tijd, waarbij in ten minste één woning de bewoners aanwezig waren. Tijdens een van de inbraken werd verdachte op heterdaad betrapt en gebruikte hij geweld om te vluchten.
De bewijslast bestond uit getuigenverklaringen van bewoners en omstanders, politieprocessen-verbaal, vingerafdrukken aangetroffen op het kozijn van een slaapkamerraam, en teruggevonden gestolen goederen. Verdachte ontkende de feiten, maar zijn verklaring werd door de rechtbank als ongeloofwaardig verworpen.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die sinds kort in Nederland verblijft en een sociaal leven heeft, en de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Gezien het geweld en het feit dat bewoners aanwezig waren, werd een gevangenisstraf van acht maanden opgelegd, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De vorderingen van de benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij betrekking hadden op goederen waarvan verdachte werd vrijgesproken of die niet in de tenlastelegging waren opgenomen. Verdachte kreeg aftrek van voorarrest en een algemene voorwaarde opgelegd om zich niet schuldig te maken aan strafbare feiten gedurende de proeftijd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, voor twee woninginbraken met geweld en inklimming.