Eiser verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van documenten over communicatie van de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie vanaf 2012. Verweerder wees dit verzoek aanvankelijk af, maar herzag dit deels na bezwaar. Eiser bleef echter van mening dat meer documenten onterecht werden geweigerd en startte beroep.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom documenten, die ten grondslag liggen aan het communicatiebeleid, niet openbaar zijn gemaakt. Er ontbrak een inventarislijst en een per document gemotiveerde weigeringsgrond. Daarnaast zijn relevante documenten niet overgelegd, ook niet onder geheimhouding.
Verder had verweerder het verzoek moeten doorzenden aan andere politie-eenheden indien de documenten niet bij hem aanwezig waren. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf verweerder zes weken om een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.