ECLI:NL:RBMNE:2018:5996
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Slager
- R.B. Eigeman
- P.K. Oosterling-van der Maarel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs woninginbraak ondanks sterke aanwijzingen
Op 10 augustus 2018 werd verdachte verdacht van poging tot woninginbraak in een woning te Gooise Meren. De politie ontving een melding van een auto die hard toeterde en snel wegreed, een modus operandi bij woninginbraken in de omgeving. Ter plaatse werd een gat in een ruit geconstateerd en werden drie personen, waaronder verdachte, in de nabijheid gezien.
Hoewel er sterke aanwijzingen waren dat verdachte betrokken was bij de poging tot inbraak, kon niet worden vastgesteld dat hij het raam had ingegooid. Ook was er een aanzienlijke tijdsperiode tussen het ingooien van de ruit en het waarnemen van verdachte in de straat. De rechtbank vond dat de aanwezigheid van verdachte en de anderen op het pad van de woning niet voldoende was als begin van uitvoering van het misdrijf.
De officier van justitie achtte het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, terwijl de verdediging stelde dat het bewijs onvoldoende was. De rechtbank oordeelde dat het wettig bewijs ontbrak om verdachte te veroordelen en sprak hem vrij. Tevens werden de vorderingen tot tenuitvoerlegging afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs ondanks sterke aanwijzingen van betrokkenheid bij poging woninginbraak.