ECLI:NL:RBMNE:2018:6111
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek afgewezen wegens ontbreken van gegronde vrees voor partijdigheid rechter
Verzoeker diende tijdens een zitting bij de politierechter een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter vanwege het afwijzen van zijn verzoek om verwijzing naar de meervoudige strafkamer en het doen van nader onderzoek. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 512 Sv Pro, waarbij de onpartijdigheid van de rechter centraal staat.
De wrakingskamer benadrukte dat wraking niet kan worden ingezet als verkapt rechtsmiddel tegen tussenbeslissingen van de rechter, zoals het afwijzen van verzoeken tot verwijzing of nader onderzoek. Ook een onjuiste of gebrekkige motivering vormt op zichzelf geen grond voor wraking, tenzij deze motivering objectief niet anders kan worden uitgelegd dan als blijk van vooringenomenheid.
Na zorgvuldige bestudering van de stukken, inclusief de brief van verzoeker met bijlagen, concludeerde de wrakingskamer dat geen sprake was van een dergelijke uitzonderlijke situatie. Er was geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid jegens verzoeker. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en de strafprocedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voorafgaand aan de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is ongegrond verklaard en de strafprocedure wordt voortgezet.