ECLI:NL:RBMNE:2018:6261

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 december 2018
Publicatiedatum
19 december 2018
Zaaknummer
C/16/467266 / HA RK 18-283
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 106a FwArt. 106b lid 1 FwArt. 106b lid 3 FwArt. 106c lid 4 FwArt. 106c lid 5 Fw
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oplegging bestuursverbod wegens faillissementsfraude aan bestuurder van meerdere rechtspersonen

Het Openbaar Ministerie (OM) verzocht de rechtbank Midden-Nederland om een bestuursverbod op te leggen aan een bestuurder die betrokken was bij 109 rechtspersonen, waarvan een groot deel failliet is verklaard. Momenteel is hij bestuurder van vijftien rechtspersonen, waarvan vier recent failliet gingen. De curatoren van drie faillissementen meldden vermoedelijke faillissementsfraude, met name een slecht bijgehouden administratie.

Het OM kwalificeerde de bestuurder als een veelpleger van faillissementsfraude en stelde dat hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het verzoek omvatte schorsing als bestuurder gedurende de procedure, een bestuursverbod van vijf jaar, een dwangsom bij overtreding en inschrijving van het verbod bij de Kamer van Koophandel.

De bestuurder heeft geen verweer gevoerd en was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling. De rechtbank concludeerde dat het verwijt van faillissementsfraude terecht is en wees het verzoek toe. De schorsing gaat direct in en duurt tot het bestuursverbod in kracht van gewijsde is gegaan of door een rechter is opgeheven.

De proceskosten van het OM worden aan de bestuurder opgelegd. De griffier wordt opgedragen het bestuursverbod en de schorsing in het Handelsregister te registreren zodra de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.

Uitkomst: De rechtbank legt een bestuursverbod van vijf jaar op en schorst de bestuurder direct vanwege faillissementsfraude.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/16/467266 / HA RK 18-283
Beschikking van 19 december 2018
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
OPENBAAR MINISTERIE,
zetelend te Zwolle,
verzoekster,
hierna te noemen: het OM,
gemachtigde mr. J.C.G. van der Wulp (officier van justitie),
en
[belanghebbende],
wonende te [woonplaats] ,
belanghebbende,
hierna te noemen: [belanghebbende] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het OM heeft op 6 september 2018 een verzoekschrift ingediend. Vervolgens zijn het OM en [belanghebbende] uitgenodigd voor een mondelinge behandeling. De vijftien rechtspersonen waarvan [belanghebbende] bestuurder is, zijn opgeroepen om hun zienswijze te geven. Daarop hebben zij niet gereageerd.
1.2.
Op 11 december 2018 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Het OM was aanwezig, [belanghebbende] niet.

2.Het verzoek en de beoordeling

2.1.
[belanghebbende] is de afgelopen jaren als bestuurder en/of aandeelhouder betrokken geweest bij 109 rechtspersonen, waarvan een groot deel is ontbonden en/of failliet is verklaard. Momenteel is [belanghebbende] bestuurder van vijftien rechtspersonen. Vier daarvan zijn in 2017 en 2018 failliet verklaard, namelijk [rechtspersoon 1] B.V. (hierna: [rechtspersoon 1] ), [rechtspersoon 2] B.V. (hierna: [rechtspersoon 2] ), [rechtspersoon 3] B.V. (hierna: [rechtspersoon 3] ) en [rechtspersoon 4] B.V. Het faillissement van deze B.V.’s is nog niet afgewikkeld.
2.2.
De (drie verschillende) curatoren in de faillissementen van [rechtspersoon 1] , [rechtspersoon 2] en [rechtspersoon 3] hebben melding gemaakt van vermoedelijke faillissementsfraude bij het fraudemeldpunt van de belastingdienst. Met name was steeds de administratie niet op orde, om het zacht uit te drukken.
2.3.
Volgens het OM is [belanghebbende] een veelpleger van faillissementsfraude en moet hem persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt van de faillissementen van [rechtspersoon 1] , [rechtspersoon 2] en [rechtspersoon 3] . Het OM ziet [belanghebbende] als stroman. Het OM wil voorkomen dat [belanghebbende] nog meer schade veroorzaakt als bestuurder van verschillende rechtspersonen en verzoekt de rechtbank:
I. [belanghebbende] te schorsen als bestuurder van twaalf rechtspersonen [1] voor de duur van het geding;
II. [belanghebbende] een bestuursverbod op te leggen als bedoeld in artikel 106a e.v. Fw, voor de duur van vijf jaar;
III. [belanghebbende] een dwangsom op te leggen van € 10.000,00 per overtreding van het bestuursverbod met een maximum van € 100.000,00;
IV. deze beschikking aan de Kamer van Koophandel aan te bieden en, waar nodig, alle gevolgen van het bestuursverbod te regelen (artikel 106b lid 3 en 4 Fw).
2.4.
[belanghebbende] heeft geen verweerschrift ingediend en is niet naar de mondelinge
behandeling gekomen. Dat betekent dat de rechtbank ervan uitgaat dat het klopt dat [belanghebbende] een persoonlijk verwijt kan worden gemaakt van de faillissementen van [rechtspersoon 1] , [rechtspersoon 3] en [rechtspersoon 2] , die na de inwerkingtreding van de Wet civielrechtelijk bestuursverbod (1 juli 2016) zijn uitgesproken. Dat is op grond van artikel 106a lid 1 sub d reden om een bestuursverbod op te leggen. De verzoeken zullen daarom worden toegewezen.
2.5.
Het bestuursverbod gaat in als de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 106b lid 1 Fw). De rechtbank kan [belanghebbende] schorsen voor ‘ten hoogste de duur van het geding’ (artikel 106c lid 4 en 5 Fw) en gaat ervan uit dat daarmee wordt bedoeld dat de schorsing kan voortduren tot de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan of door een andere rechterlijke uitspraak terzijde is gesteld. Als dat niet zo was, zou dat namelijk betekenen dat [belanghebbende] zijn bestuursbevoegdheden ondanks de schorsing opnieuw kan uitoefenen, zolang de beschikking nog niet in kracht van gewijsde is. Dat gaat in tegen de bedoeling van de wetgever, om faillissementsfraude te bestrijden. Voor de duidelijkheid zal de rechtbank de schorsing dus toewijzen ‘tot deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan of door een andere rechterlijke uitspraak terzijde is gesteld’. Het spreekt vanzelf dat deze schorsing meteen ingaat. Voor zover nodig zal de rechtbank de schorsing uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
2.6.
[belanghebbende] zal in de proceskosten van het OM worden veroordeeld. Die kosten worden begroot op € 1.086,00 (2 punten x tarief € 543,00 aan salaris gemachtigde).

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
schorst [belanghebbende] als bestuurder van de in voetnoot 1 van deze beschikking genoemde rechtspersonen tot deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan of door een andere rechterlijke uitspraak terzijde is gesteld en verklaart deze schorsing uitvoerbaar bij voorraad;
3.2.
legt [belanghebbende] een bestuursverbod op als bedoeld in artikel 106a e.v. Fw, voor de duur van vijf jaren na het in kracht van gewijsde gaan van deze uitspraak;
3.3.
bepaalt dat [belanghebbende] als hij het bestuursverbod overtreedt een dwangsom verbeurt van € 10.000,00 per overtreding, met een maximum van € 100.000,00;
3.4.
draagt de griffier op om deze beschikking met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel aan te bieden zodat:
- de schorsing wordt ingeschreven in het Handelsregister op grond van artikel 106c lid 6 Fw; en
- op voorwaarde dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, [belanghebbende] wordt uitgeschreven als bestuurder en het bestuursverbod wordt geregistreerd op grond van artikel 106b lid 3 Fw;
3.5.
veroordeelt [belanghebbende] in de proceskosten, tot op heden begroot op € 1.086,00;
3.6.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2018. [2]

Voetnoten

1.[rechtspersoon 5] , [rechtspersoon 6] B.V., [rechtspersoon 4] B.V. (in staat van faillissement), [rechtspersoon 7] B.V., [rechtspersoon 8] B.V., [rechtspersoon 9] B.V., [rechtspersoon 10] B.V., [rechtspersoon 11] [rechtspersoon 12] ( [rechtspersoon 12] ), [rechtspersoon 13] , [rechtspersoon 14] B.V., [rechtspersoon 15] .
2.type: RV (4877)