Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met daarbij achttien producties
- de aktes overlegging (aanvullende) producties met daarbij productie 1 tot en met 21
- de mondelinge behandeling gehouden op 23 oktober 2018
- de pleitnota van [eiseres] SE
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De feiten
€ 130.500,- en heeft [A] tot zekerheid voor de terugbetaling van de lening aan [gedaagde] obligaties verstrekt. In het strafproces heeft [gedaagde] gevorderd dat [A] wordt veroordeeld tot vergoeding van haar schade van € 33.946.329,00, bestaande uit, onder meer, een lening van € 130.500,- met 11 % rente en [bedrijf 4] bonds met 6,25% rente 2013/2019 ten bedrage van € 14.500.000,00 en € 5.437.5000,00).
3.Het geschil
€ 250.000,- (tweehonderdvijftigduizend euro). De dwangsom wordt berekend per persoon die [gedaagde] rechtstreeks benadert in strijd met de opgelegde ge- en verboden (bijvoorbeeld: drie mensen dezelfde e-mail sturen betekent 3 x een dwangsom van € 5.000,-); voor openbare uitingen geldt iedere verboden uiting, bijvoorbeeld een bericht via Twitter, als een afzonderlijke overtreding;
4.De beoordeling
980,00