ECLI:NL:RBMNE:2018:6566

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 november 2018
Publicatiedatum
21 januari 2019
Zaaknummer
C/16/449980 / FO RK 17-1916
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:94 BWArt. 10:19 BWArt. 10:16 BWArt. 1:5 lid 1 BWArt. 1:24 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontkenning vaderschap en vaststelling geslachtsnaam kind na naturalisatie moeder

De rechtbank Midden-Nederland behandelde een zaak over de ontkenning van het vaderschap van een minderjarige en de gevolgen daarvan voor de geslachtsnaam van het kind. De moeder, die ten tijde van de geboorte een namenreeks had zonder geslachtsnaam en een onbekende nationaliteit, werd op 5 oktober 2017 genaturaliseerd met de geslachtsnaam die zij sindsdien voert.

De rechtbank oordeelde dat het kind, dat niet mee is genaturaliseerd, vanaf de geboorte tot de naturalisatiedatum geen geslachtsnaam droeg. Vanaf de naturalisatiedatum moet het kind de geslachtsnaam van de moeder voeren. De ambtenaar van de burgerlijke stand werd gelast om een latere vermelding in de geboorteakte op te nemen waarin deze naamswijziging wordt vastgelegd.

De moeder en de bijzondere curator waren het eens met deze interpretatie van het namenrecht. De rechtbank verklaarde de ontkenning van het vaderschap gegrond en gaf de opdracht tot aanpassing van de geboorteakte conform de vastgestelde naamgeving vanaf de naturalisatiedatum.

Uitkomst: De ontkenning van het vaderschap wordt gegrond verklaard en het kind krijgt vanaf de naturalisatiedatum van de moeder haar geslachtsnaam met een latere vermelding in de geboorteakte.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/16/449980 / FO RK 17-1916
ontkenning vaderschap
Beschikking van 5 november 2018
in de zaak van
[de moeder],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. J.J. van Ewijk,
tegen
[de man],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
hierna te noemen: de man,
met als belanghebbende
mr. K.C.J.M. HAGERAATS-BOUWENS,
kantoorhoudende te Utrecht,
in haar hoedanigheid van bijzondere curator
over de minderjarige
[minderjarige].

1.Verdere verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft op 5 april 2018 en 19 juli 2018 eerdere (tussen)beschikkingen gegeven. Voor het verloop van de procedure tot 19 juli 2018 wordt verwezen naar die beschikkingen.
1.2.
Nadien heeft de rechtbank kennisgenomen van de volgende stukken:
  • de brief van 10 augustus 2018 van mr. M.P.M. van de Mortel, namens de gemeente Utrecht,
  • het F-formulier van 17 september 2018 van de advocaat van de moeder,
  • de brief van 9 oktober 2018 van de bijzondere curator.

2.Vaststaande feiten

De rechtbank verwijst hiervoor naar de tussenbeschikking van 5 april 2018.
3. Beoordeling van het verzochte
3.1.
Bij tussenbeschikking van 19 juli 2018 heeft de rechtbank al overwogen dat zij, gelet op de uitkomst van het DNA-onderzoek, voornemens is om het verzoek toe te wijzen. De behandeling van de zaak is aangehouden om de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht in de gelegenheid te stellen om zich uit te laten over de naam die de minderjarige [minderjarige] zal verkrijgen na de ontkenning van het vaderschap.
3.2.
De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht heeft zich op het standpunt gesteld dat [minderjarige] , na de ontkenning van het vaderschap, ten tijde van haar geboorte alleen de moeder als juridisch ouder had (artikel 10:94 van Pro het Burgerlijk Wetboek, BW). De moeder had destijds een onbekende nationaliteit, waardoor ook [minderjarige] een onbekende nationaliteit had. Op grond van het bepaalde in de artikelen 10:19 jo. 10:16 BW is Nederlands recht van toepassing op de naam van [minderjarige] . Blijkens artikel 1:5 lid 1 BW Pro verkrijgt [minderjarige] haar geslachtsnaam van de moeder. De moeder had ten tijde van de geboorte van [minderjarige] nog geen geslachtsnaam, maar een namenreeks. Nu het Nederlandse recht geen namenreeks kent, verkrijgt [minderjarige] geen geslachtsnaam, maar alleen een voornaam ten tijde van haar geboorte.
Bij de naturalisatie van de moeder op 5 oktober 2017 is de naam ‘ [de moeder] ’ als geslachtsnaam van de moeder vastgesteld. [minderjarige] is niet mee genaturaliseerd en zij heeft nog steeds een onbekende nationaliteit. Nu het kind naar Nederlands namenrecht de geslachtsnaam aan de moeder ontleent, volgt het kind de geslachtsnaam van de moeder bij naturalisatie. Gelet hierop moet de geboorteakte van [minderjarige] worden aangevuld met een latere vermelding met betrekking tot de geslachtsnaam van de moeder en het kind per datum naturalisatie, op grond van artikel 1:24 BW Pro, aldus de ambtenaar van de burgerlijke stand.
3.3.
De moeder en de bijzondere curator zijn het eens met het standpunt van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht. Zij zijn van mening dat het verzoek van de moeder om de geslachtsnaam ‘ [de moeder] ’ op te nemen in de geboorteakte van [minderjarige] kan worden toegewezen per de datum van de naturalisatie van de moeder.
3.4.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de ontkenning van het vaderschap gegrond verklaren. Na de ontkenning van het vaderschap zal [minderjarige] vanaf haar geboorte tot 5 oktober 2017 (de datum van naturalisatie van de moeder) geen geslachtsnaam dragen. Met ingang van 5 oktober 2017 zal [minderjarige] de geslachtsnaam ‘ [de moeder] ’ dragen. De rechtbank zal de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht gelasten om hiervan een latere vermelding op te maken bij de geboorteakte van [minderjarige] . In die latere vermelding moet tevens worden vermeld dat de naam van de moeder door de naturalisatie is gewijzigd.

4.Beslissing

De rechtbank
4.1.
verklaart gegrond de ontkenning van het vaderschap van:
[de man], geboren op [1979] te [geboorteplaats] , Somalië,
ten aanzien van de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [2016] te [geboorteplaats] ,
4.2.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht om, met ingang van 5 oktober 2017, te verbeteren de geboorteakte met nummer [nummer] betreffende
[minderjarige], ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [woonplaats] van het jaar 2016, op de volgende wijze:
  • wijziging van de namenreeks van de moeder, tevens aangever, in de voornaam
  • wijziging van de geslachtsnaam van het kind in
Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Verouden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2018.