Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
de rechtbank begrijpt: seks met verdachte wilde). Voor zover verdachte hiermee stelt te hebben gehandeld uit noodweer, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, overweegt de rechtbank dat dit door verdachte geschetste scenario niet aannemelijk is geworden. In de eerste plaats merkt de rechtbank op dat verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd, ook daar waar het gaat over de redenen van zijn handelen. Kort na het incident heeft verdachte verklaard dat hij voelde dat de aangever was gekomen om hem te doden. Dit is ook wat verdachte de dag ervoor tegen getuige [getuige 4] heeft gezegd, zo blijkt uit diens verklaring. Nadien heeft verdachte verklaard dat aangever hem enkele dagen ervoor verkracht zou hebben, en dat hij van vrienden heeft gehoord dat dit gefilmd is en dat die vrienden dat filmpje hadden gezien op internet. Verdachte heeft deze verklaring dat hij eerder verkracht zou zijn, en dat dit nu weer dreigde te gebeuren, echter op geen enkele manier verifieerbaar gemaakt, terwijl daartoe voldoende mogelijkheden bestonden, niet in de laatste plaats door middel van een aangifte bij de politie. Ook is van het bestaan van het beweerdelijke filmpje op internet niet gebleken.
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
gevangenisstrafvan
4 jaren;