Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 oktober 2018;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [benadeelde] , in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van [slachtoffer] , van 5 juni 2018, genummerd PL0900-2018156942-1, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 41 e.v.;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] van 19 juni 2018, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 50 e.v.
6.BEWEZENVERKLARING
7.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
9.OPLEGGING VAN STRAF
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 2.793,82;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2018 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat
- verklaart [minderjarige] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.