Eiser verzocht om vergoeding van schade als gevolg van het Tracébesluit A2 Oudenrijn-Everdingen, maar verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat verweerder onterecht geen planologische verandering had erkend, waardoor een onjuiste planvergelijking was toegepast.
Verweerder kreeg de mogelijkheid het gebrek te herstellen binnen bindende termijnen, maar liet deze ongebruikt verstrijken. Ondanks toezeggingen en het benaderen van een onafhankelijk adviseur, werd geen opdracht gegeven door personele problemen. Hierdoor werd het gebrek niet hersteld.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op uiterlijk 1 april 2018 een nieuw besluit te nemen. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het niet naleven van deze uitspraak. Verweerder moet het griffierecht aan eiser vergoeden.
Verder werd verweerder opgedragen binnen vier weken een commissie in te stellen die adviseert over nadeel en schadevergoeding, met strikte termijnen voor advies en herstelbesluit. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.