ECLI:NL:RBMNE:2018:787
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een beroep van De Volksbank tegen het besluit van het UWV om aan een ex-werkneemster een loongerelateerde WGA-uitkering toe te kennen wegens volledige arbeidsongeschiktheid, maar zonder toekenning van een IVA-uitkering. De ex-werkneemster gaf geen toestemming voor inzage in haar medische gegevens door De Volksbank, waardoor de rechtbank de medische gegevens beperkt heeft betrokken.
De rechtbank stelt vast dat de werkneemster sinds maart 2015 arbeidsongeschikt is en dat het UWV op basis van een medisch dossier en rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat er sprake is van volledige maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid. De Volksbank betoogt dat de arbeidsongeschiktheid duurzaam is en dat er sprake is van een complex medisch beeld, maar de rechtbank acht de medische beoordeling van het UWV zorgvuldig en voldoende gemotiveerd.
De verzekeringsarts heeft aangegeven dat de prognose van de werkneemster, ondanks langdurige behandeling en medicatiegebruik, uiteindelijk goed is en dat verbetering van de belastbaarheid te verwachten is. De rechtbank wijst ook op interne richtlijnen van het UWV die toelaten dat een IVA-uitkering pas wordt toegekend als verbetering van de belastbaarheid niet meer reëel is.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt dat de toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering passend is. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van De Volksbank wordt ongegrond verklaard en de toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering aan de ex-werkneemster bevestigd.