Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht waarbij een persoonsgebonden budget (PGB) voor hulp bij het huishouden werd toegekend. Het PGB bestond uit een basisvoorziening van 105 uur per twaalf maanden, vermeerderd met extra uren voor schoonmaak en wasverzorging vanwege medische klachten van eiseres en haar partner.
Eiseres betwistte de onderbouwing van het aantal toegekende uren, stellende dat het KPMG-rapport waarop verweerder zich baseerde niet objectief zou zijn en dat aansluiting bij de CIZ-normen had moeten worden gezocht. Tevens voerde zij aan dat onvoldoende uren waren toegekend voor ondersteuning bij het klaarzetten en bereiden van warme maaltijden.
De rechtbank oordeelde dat het KPMG-rapport een zorgvuldig en objectief onderzoek bevat, waarbij een onafhankelijke expertgroep en praktijkonderzoek zijn betrokken. De extra toegekende maatwerkuren zijn passend geacht. De stelling dat kant-en-klare maaltijden geen adequate voorziening zijn, werd verworpen omdat een maaltijdservice beschikbaar is die aansluit bij de gezondheidsbehoeften van eiseres en haar partner.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.