Eiser ontving sinds 2012 een Wajong-uitkering. Verweerder stelde bij besluit van 29 december 2016 vast dat eiser geen arbeidsvermogen heeft, maar dit wel kan ontwikkelen, waardoor de uitkering per 1 januari 2018 werd verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon. Eiser maakte bezwaar, dat bij besluit van 27 juni 2017 werd afgewezen, waarna hij beroep instelde.
De rechtbank baseert zich op een medisch rapport van juni 2016 van verzekeringsarts Goldhoorn, die concludeerde dat eiser op dat moment niet in staat is om een uur aaneengesloten te werken, maar dat verbetering van belastbaarheid niet is uitgesloten gezien de geplande intensieve behandeling. De rechtbank oordeelt dat dit rapport zorgvuldig en inzichtelijk is en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat dit onjuist zou zijn.
Eiser stelde dat het stappenplan uit het Compendium Participatiewet Wajong niet correct was gevolgd, met name dat overleg tussen verzekeringsarts en arbeidsdeskundige ontbrak. De rechtbank stelt dat het stappenplan een hulpmiddel is en dat de verzekeringsarts gemotiveerd heeft afgeweken omdat er medisch geen arbeidsvermogen was en een arbeidsdeskundige beoordeling reeds had plaatsgevonden.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is, waardoor de verlaging van de uitkering naar 70% terecht is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.