In deze zaak stond de huur van een perceel grond op een recreatiepark centraal, waarop de huurder een chalet bewoont. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het perceel en betaling van een huurachterstand van €2.404,85.
Eerder was geoordeeld dat de huurovereenkomst betrekking had op onbebouwde grond en dat er voldoende grond was voor ontbinding vanwege de huurachterstand, weigering tot ondertekening van een redelijke nieuwe overeenkomst en onaangenaam gedrag van de huurder. De kantonrechter gaf de huurder een laatste kans onder voorwaarden zoals het betalen van de huurachterstand, het intrekken van een bezwaarschrift bij de gemeente en gedragsafspraken.
De huurder stelde in een brief dat de huurachterstand slechts €505,83 bedroeg, dat hij geen bezwaarschrift had ingediend en bereid was de overeenkomst te ondertekenen en zich correct te gedragen. De kantonrechter oordeelde dat de resterende huurachterstand van €1.899,02 voldoende grond voor ontbinding vormde. Ook was de toezegging over gedragsverbetering te algemeen en had de huurder afgezien van de zitting om afspraken te maken.
Daarom werd de huurovereenkomst ontbonden, moest de huurder het perceel binnen veertien dagen ontruimen en werd hij veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, maandelijkse huur tot ontruiming en proceskosten van €870,51. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.