Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.HOOFDVRAGEN
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Dat als hij bij haar kwam ze gingen praten en hij niet van haar af kon blijven.
- Dat hij dan aan haar borsten zat en zij zei dat ze dat niet wilde.
- Dat hij dan zei dat ze niet zo truttig moest doen.
- Dat hij haar toen meepakte naar de slaapkamer toe.
- Dat hij haar schoenen, sokken, broek en bovenkleding uittrok.
- Dat hij op een gegeven moment op haar ging liggen.
- Dat zij toen geen kant op kon en hem niet weg kon duwen.
- Dat zij toen dacht: “ik laat het maar gebeuren, oh god wat gebeurt er?”
- Dat er ook een keer was dat ze op bed lagen en zij aan zijn geslachtsdeel moest zitten.
- Dat het ook in de badkamer was dat hij haar pakte en haar broek naar beneden trok.
- Dat hij dan aan haar vagina en borsten zat.
- Dat hij niet met zijn handen van haar af kon blijven en dat het moeilijk was.
- Dat hij zei: “Het is niet alleen mijn schuld, maar ook jouw schuld”.
- Dat zij zei: “Ik snap het ook, maar ik was bang, ik durfde niet te zeggen dat je met je handen van mij af moest blijven”.
- Dat het de eerste keer gebeurde op [adres] , waar zij gewoond heeft.
- Dat hij daar ook niet van haar af kon blijven.
- Dat het ook wel eens gebeurd is bij hem thuis.
- Dat hij daar wel eens aan zat of daar wel eens aan zat.
- Dat hij even aan haar zat en toen boven op haar ging liggen.
- Dat hij toen aan haar borsten en vagina zat.
- Dat zij zei dat het zeer deed.
- Dat hij toen zei: “Je wil het wel.”
- Dat zij op dezelfde dag, toen hij bovenop haar lag, zijn geslachtsdeel aan moest raken.
- Dat zij wist dat ze aan zijn geslachtsdeel moest zitten omdat hij haar hand pakte.
- Dat zij zijn geslachtsdeel op een gegeven moment maar had losgelaten.
- Dat zij het had vastgepakt.
- Dat hij zei dat zij zo heen en weer moest gaan.
- Dat dat natuurlijk heel erg zeer deed en zij zei: “Stop er maar mee.”
- Dat hij toen zei: “Ik wil het”, en ermee door ging.
6.BEWEZENVERKLARING
7.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
9.OPLEGGING VAN STRAF
- een meldplicht bij Reclassering Nederland;
- een ambulante behandeling bij De Waag;
- een contactverbod met [slachtoffer] ;
- een locatieverbod voor de vestiging van stichting [zorginstelling] aan de [adres] te [woonplaats] ;
- een verbod werkzaamheden te verrichten met betrekking tot kwetsbare en afhankelijke personen, daaronder inbegrepen kinderen.
- een meldplicht bij Reclassering Nederland;
- een ambulante behandeling bij De Waag;
- een contactverbod met [slachtoffer] ;
- een verbod werkzaamheden te verrichten met betrekking tot kwetsbare en afhankelijke personen.