ECLI:NL:RBMNE:2018:967
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening WW-uitkering bij meerdere dienstverbanden
Eiser was werkzaam in twee dienstverbanden bij dezelfde werkgever en daarnaast tijdelijk bij een andere werkgever. Na het beëindigen van het tijdelijke dienstverband vroeg eiser een WW-uitkering aan. Verweerder berekende het ongemaximeerde dagloon door het totaal verdiende loon in de referteperiode te delen door 261 dagen, conform artikel 5, eerste lid, van het Dagloonbesluit 2016.
Eiser stelde dat het dagloon berekend had moeten worden door het loon te delen door het aantal daadwerkelijk gewerkte dagen, omdat hij in een vergelijkbare situatie als een starter verkeert. Hij voerde aan dat de regeling onevenredig nadelig is voor werknemers met meerdere banen, vooral parttimers, en dat dit leidt tot schending van het loondervingsbeginsel en het eigendomsrecht.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen deel uitmaakt van een substantiële groep werknemers die ingrijpende nadelige gevolgen ondervindt van de regeling. De berekening door verweerder is conform de wettelijke bepalingen en het loondervingsbeginsel wordt niet geschonden. Ook is er geen disproportionele inbreuk op het eigendomsrecht volgens artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de berekening van het ongemaximeerde dagloon volgens artikel 5, eerste lid, van het Dagloonbesluit 2016.