De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de rechtbank om een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die verblijft in een netwerkpleeggezin. De GI stelde dat een gesloten plaatsing noodzakelijk was in het belang van de minderjarige en wilde deze plaatsen in een gesloten accommodatie voor zes maanden.
De gedragswetenschapper had aanvankelijk niet ingestemd met de gesloten plaatsing, maar gaf op de ochtend van de zitting mondeling alsnog toestemming, zonder dat hiervan een schriftelijke verklaring was overlegd. De advocaat van de minderjarige en de kinderrechter oordeelden dat een telefonische toelichting ter zitting niet volstaat, omdat dit de mogelijkheid tot voorafgaand overleg met de gedragswetenschapper ontneemt, wat strijdig is met een goede procesorde.
De rechtbank concludeerde dat de vereiste schriftelijke instemmingsverklaring ontbrak en dat het verzoek daarom niet kon worden toegewezen. Ook werd benadrukt dat gesloten jeugdhulp een ultimum remedium is en dat andere passende mogelijkheden eerst moeten worden onderzocht. De machtiging werd dan ook afgewezen.