ECLI:NL:RBMNE:2019:1081
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vloeistofkerende tankputbodem op grond van PGS 29:2016 en vergunningvoorschriften
Eiseres exploiteert een inrichting voor opslag van vloeibare brandstoffen en heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om een wijziging van het vergunningvoorschrift 8.4A, waarin de verplichting tot het realiseren van een vloeistofkerende tankputbodem is vastgelegd, te weigeren.
De kern van het geschil betreft de uitleg van voorschrift 2.3.9 van de PGS 29:2016, versie 1.1, en de vraag of de tankputbodem vloeistofkerend moet zijn. Eiseres stelt dat het voorschrift ziet op de feitelijke situatie en dat de tankput een calamiteitenvoorziening is waarop de NRB niet van toepassing is. Verweerder stelt dat de vergunde situatie leidend is en dat de verplichting tot een vloeistofkerende bodem blijft gelden.
De rechtbank overweegt dat de NRB niet van toepassing is op calamiteiten, maar wel op bodembedreigende activiteiten tijdens de normale bedrijfsvoering. Het deskundigenverslag bevestigt dat de door eiseres getroffen maatregelen adequaat zijn en dat een vloeistofkerende voorziening op grond van de NRB niet verplicht is. De rechtbank volgt de uitleg dat de bestaande situatie in voorschrift 2.3.9 de vergunde situatie betreft en dat verweerder de weigering tot wijziging van het voorschrift redelijk heeft gemotiveerd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De termijn voor het aanbrengen van de vloeistofkerende voorziening is verlengd tot 1 oktober 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen het weigeren van wijziging van het voorschrift voor een vloeistofkerende tankputbodem wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.