Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2019 in de zaak tussen
[eiseres] uit [woonplaats 1] , eiseres
[derde-partij]uit [woonplaats 2] , vergunninghouder.
Procesverloop
Overwegingen
- De gevel van de nieuwbouw van het aannemersbedrijf komt op minimaal 0,50 meter uit de erfgrens ter plaatse van de uitrit aan de zijde van [straatnaam 2] ;
- Een eventuele erfafscheiding tussen het perceel van het aannemersbedrijf en [straatnaam 2] mag bij de nieuwbouw maximaal 0,80 meter hoog zijn;
- Vergunninghouder moet betalen voor wegmarkeringen die verweerder gaat aanbrengen;
- Vergunninghouder plaatst een verkeersspiegel in de hoek van het eigen terrein;
- Er wordt geadviseerd achteruit in te parkeren.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden zijn verbonden:
De gevel van het nieuw te realiseren bedrijfsgebouw op het aangrenzende perceel [straatnaam 3] [nummeraanduiding 2/letteraanduiding 1] komt op minimaal 0,50 meter uit de erfgrens ter plaatse van de uitrit en aan de zijde van [straatnaam 2];
Een eventuele erfafscheiding tussen het perceel [straatnaam 3] [nummeraanduiding 2/letteraanduiding 1] en [straatnaam 2] ter plaatse van de nieuwbouw (achterzijde bij de uitrit en bij de linker zijgevel) mag maximaal 0,80 meter hoog zijn;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 170,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.536,-.