ECLI:NL:RBMNE:2019:1187
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Binsbergen
- Rechtspraak.nl
Vordering kinderen tegen vader wegens onrechtmatige opname spaargelden toegewezen
De zaak betreft een vordering van twee minderjarige kinderen, vertegenwoordigd door hun wettelijke vertegenwoordiger, tegen hun vader. De kinderen eisen betaling van bedragen die hun vader zonder hun medeweten van hun spaarrekeningen heeft opgenomen. De kantonrechter onderzoekt allereerst het verweer van de vader dat de vordering verjaard zou zijn. Dit wordt afgewezen omdat de verjaringstermijnen van vijf jaar, zowel op grond van het gezagsrecht als het verbintenissenrecht, nog niet zijn verstreken.
De vader stelde dat het opgenomen geld was besteed aan de kinderen, met name aan de aankoop van een bed, maar dit werd door de kantonrechter verworpen omdat de aankoop pas een jaar later plaatsvond. Ook het argument dat het geld van hemzelf afkomstig was, deed niet af aan het feit dat het geld was bestemd voor de kinderen. De kantonrechter concludeert dat de vader onrechtmatig heeft gehandeld door het geld zonder toestemming op te nemen voor eigen gebruik.
De rechter veroordeelt de vader tot betaling van de opgenomen bedragen aan de kinderen, vermeerderd met wettelijke rente. Vanwege de familierelatie worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Vader wordt veroordeeld tot betaling van het opgenomen saldo van de spaarrekeningen aan de kinderen met wettelijke rente.