Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2019:1259

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 maart 2019
Publicatiedatum
26 maart 2019
Zaaknummer
477090 HA RK 19-71
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 39 RvArt. 9.1 wrakingsprotocol rechtbank Midden-NederlandArt. 4.3 wrakingsprotocol rechtbank Midden-Nederland
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen alle rechters rechtbank Midden-Nederland locatie Lelystad

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Bilderbeek en alle rechters van de rechtbank en het gerechtshof Amsterdam en Lelystad, met het verzoek om behandeling door een externe wrakingskamer. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat op grond van artikel 36 en Pro 39 Rv wraking alleen mogelijk is tegen individuele rechters die een zaak behandelen.

De wraking van het gehele rechtscollege is niet toegestaan volgens de wet. Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek niet-ontvankelijk. Er werd afgezien van een mondelinge behandeling vanwege de kennelijke niet-ontvankelijkheid.

De behandeling van de onderliggende zaak wordt voortgezet zoals die was op het moment van de schorsing door het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen alle rechters van rechtbank Midden-Nederland locatie Lelystad is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER
Locatie: Lelystad
Zaaknummer/rekestnummer: 477090 HA RK 19-71
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
19 maart 2019
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verder te noemen: verzoeker.

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 8 maart 2019 in de zaak van de rechtbank Midden-Nederland met nummer 6928956 MC EXPL 18-4138 en in een zaak van de rechtbank Amsterdam een schriftelijk verzoek tot wraking ingediend. Eerstgenoemde zaak is aangespannen door
mr. H.H. Kreikamp, curator in het faillissement van [bedrijf 1] B.V. tegen verzoeker en [bedrijf 2] B.V. Het verzoek strekt tot wraking van mr. Bilderbeek en alle rechters van de rechtbank / het gerechtshof Amsterdam en Lelystad. Verzoeker vraagt om behandeling van het verzoek door “een externe wrakingskamer van de commissie van de Tweede Kamer en het gerechtshof Den Haag”.
1.2.
De meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken (verder: de wrakingskamer) heeft afgezien van een mondelinge behandeling, gelet op het volgende.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 39 Rv Pro dient de rechtbank Midden-Nederland een verzoek tot wraking tegen een rechter uit deze rechtbank te behandelen. Dat betekent dat de wrakingskamer slechts kennisneemt van het verzoek tot wraking voor zover het gericht is tegen alle rechters van de rechtbank Lelystad en dat zij de behandeling daarvan niet aan de Tweede Kamer of aan een ander gerecht kan overdragen. De wrakingskamer begrijpt het verzoek als een verzoek gericht tegen de rechters van de rechtbank Midden-Nederland, voor zover zij werkzaam zijn in Lelystad.
2.2.
Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Daarbij dienen feiten en omstandigheden te worden gesteld, die de rechter betreffen tegen wie het wrakingsverzoek zich richt. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek slechts kan worden ingediend tegen individuele rechters die een zaak behandelen. De wet biedt niet de mogelijkheid van wraking van een rechtscollege in zijn geheel, zoals verzoeker heeft gedaan. De wrakingskamer is daarom van oordeel dat verzoeker niet kan worden ontvangen in zijn verzoek tot wraking, voor zover het de wraking van alle rechters van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, betreft.
2.3.
Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.1. onder d gelezen in samenhang met artikel 4.3 van het wrakingsprotocol van de rechtbank Midden-Nederland een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker in zijn verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;
3.2.
bepaalt dat de behandeling van de zaak met nummer 6928956 MC EXPL 18-4138 dient te worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek;
3.3.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, mr. Kreikamp, de voorzitter van de afdeling civiel-en bestuursrecht en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, en mrs. N.E.M. Kranenbroek en R.C. Stijnen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door
mr. A. Minkjan, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2019.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.