Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
verwijzingsbeschikking
in de zaak van
de gecertificeerde instelling NIDOS, hierna te noemen de GI,
Het procesverloop
De feiten
Beoordeling van het verzochte
De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Midden-Nederland
De gecertificeerde instelling NIDOS heeft op 7 maart 2019 een verzoek ingediend om een machtiging te verkrijgen voor opname van een minderjarige in een gesloten accommodatie voor zes maanden. De minderjarige stond sinds 15 juli 2015 onder voogdij van Stichting Nidos.
De rechtbank stelt vast dat de minderjarige momenteel verblijft bij een instelling in een andere plaats dan de vestigingsplaats van de GI. Op grond van artikel 1.1 van de Jeugdwet is de woonplaats van een jeugdige onder voogdij de plaats van het werkelijke verblijf. Hierdoor is niet de vestigingsplaats van de GI, maar de plaats van het werkelijke verblijf bepalend voor de bevoegdheid van de rechtbank.
De rechtbank Midden-Nederland acht zich daarom niet bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen en verwijst de zaak naar de rechtbank Limburg, locatie Roermond. De stukken worden door de griffier verzonden. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Limburg, locatie Roermond.