ECLI:NL:RBMNE:2019:1399
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige machtiging opname geestelijke gezondheidszorg wegens voorwaardelijk ontslag
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 15 maart 2019 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voorlopige machtiging voor opname van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie in combinatie met middelengebruik. Betrokkene was kort opgenomen bij een instelling maar kreeg direct voorwaardelijk ontslag omdat de juiste zorg niet kon worden geboden. Een andere instelling was bereid tot opname.
De rechtbank nam kennis van diverse medische rapporten, waaronder een geneeskundige verklaring en een forensisch psychologisch onderzoek. Betrokkene ontkende de diagnose en stelde zich niet coöperatief op. De psychiater en sociaal psychiatrisch verpleegkundige gaven aan dat betrokkene zich niet aan voorwaarden houdt en contact vermijdt.
De raadsvrouw van betrokkene voerde aan dat de eerdere voorlopige machtiging niet ten uitvoer is gelegd en dat opname niet noodzakelijk is zolang het voorwaardelijk ontslag niet is ingetrokken. De rechtbank oordeelde dat opname wel heeft plaatsgevonden, ook al was deze kort, en dat het deels aanhouden van de beslissing niet strijdig is met de wet.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene een stoornis van de geestvermogens heeft die gevaar veroorzaakt, maar omdat het voorwaardelijk ontslag nog geldt en niet is ingetrokken, is opname op dit moment niet noodzakelijk om het gevaar te keren. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige machtiging voor opname wordt afgewezen vanwege het geldende voorwaardelijk ontslag.