Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Een teddybeer met aan de voorkant een rits. De rits stond open en de ruimte in de teddybeer was gevuld met spaghetti en rode kleurstof (foto 8).
- Een plastic speelgoed zeis met daarop rode kleurstof (foto 9).
- Een dildo. Ik zag dat er op de dildo stond geschreven: [A] (foto 10).
- Een doos voor kiwifruit met daar omheen een vuilniszak, vastgeplakt met plakband (foto’s l1 en12).
- Onderin de kartonnen doos lagen een paar tie-wraps en een stukje garen (foto 13).”
Wij zijn toen met z'n vieren naar het huis van [B] en [verdachte] gereden en daar bedachten we eigenlijk, wat hebben we nou gedaan. We hadden het er daar over. Over hoe het zou gaan.’ [6]
Ja dat kan ik mij voorstellen wie niet.’
(gezamenlijk uitvoeren)van het delict. Daarbij is het niet nodig dat de mededaders alle bestanddelen van het delict verwezenlijken. Wel moet de verdachte een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het delict en moet hij zowel op het delict als het medeplegen het (voorwaardelijk) opzet hebben gehad. Voor de beoordeling van het medeplegen ligt de nadruk niet altijd op het gelijktijdig dan wel het samen ter plaatse handelen (daadwerkelijk uitvoeren). Bij de beoordeling kan ook van belang zijn de fase die aan het delict voorafgaat (gezamenlijk plan). Zo worden volgens vaste rechtspraak minder eisen gesteld aan de gezamenlijke (daadwerkelijke) uitvoering naar mate de bewuste samenwerking voorafgaand intensiever is
.