ECLI:NL:RBMNE:2019:1475
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen lid wrakingskamer wegens vermeende vooringenomenheid
Op 28 maart 2019 behandelde de wrakingskamer het verzoek van een verdachte om mr. M.C. Oostendorp, lid van de wrakingskamer, te wraken wegens vermeende vooringenomenheid. De verdachte stelde dat mr. Oostendorp als rechter-commissaris betrokken was geweest bij de onderliggende strafzaak, getuigen had gehoord, waaronder de verdachte zelf, en daardoor niet meer onbevooroordeeld kon oordelen.
Mr. Oostendorp erkende haar betrokkenheid bij het horen van enkele getuigen, maar gaf aan zich niet te zullen verschonen omdat zij geen inhoudelijke beslissingen in de strafzaak had genomen. De officier van justitie benadrukte dat deze betrokkenheid geen belemmering vormde voor haar onpartijdigheid in de wrakingsprocedure.
De wrakingskamer oordeelde dat het enkel hebben van kennis van het strafdossier door mr. Oostendorp niet voldoende is om vooringenomenheid aan te nemen. Er waren geen bijkomende omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleverden. Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en werd de strafzaak voortgezet zoals die was opgeschort.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Oostendorp is ongegrond verklaard wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.