Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in de PI Nieuwegein.
Rechtbank Midden-Nederland
Verdachte werd verdacht van heling van een mobiele telefoon die afkomstig zou zijn van een misdrijf. Tijdens het onderzoek werd een verklaring van verdachte afgelegd, maar deze werd uitgesloten omdat niet was voldaan aan het recht op consultatie- en verhoorbijstand zoals vereist volgens de Salduz-jurisprudentie.
De verdediging voerde aan dat de doorzoeking van de auto onrechtmatig was en dat de verklaring niet gebruikt mocht worden. De rechtbank oordeelde dat de doorzoeking rechtmatig was vanwege een redelijk vermoeden van schuld voor een poging woninginbraak, maar dat het recht op verhoorbijstand voor het feit heling niet was nageleefd.
Na uitsluiting van de verklaring was er onvoldoende bewijs overgebleven om verdachte te veroordelen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 18 april 2019 na terechtzittingen op 7 februari en 4 april 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs na bewijsuitsluiting van zijn verklaring.