Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[A](hierna: de moeder) in haar hoedanigheid als wettelijk vertegenwoordigster van
[naam minderjarige], (hierna: [voornaam van minderjarige] ) geboren op [geboortedatum] 2010,
Rechtbank Midden-Nederland
Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen verzoekt de rechtbank om een Oekraïense rechterlijke beslissing uit 2014 te erkennen en uitvoerbaar te verklaren in Nederland. Deze beslissing verplicht de vader om een vierde deel van zijn inkomen, maar minimaal 30% van het levensminimum voor het kind, aan de moeder te betalen voor het levensonderhoud van het kind tot diens meerderjarigheid.
De rechtbank beoordeelt het verzoek op grond van artikel 23 van Pro het Haags Alimentatieverdrag 2007, ondanks dat de beslissing dateert van vóór de inwerkingtreding van het verdrag voor Nederland. De rechtbank stelt vast dat de benodigde stukken zijn overgelegd en dat er geen sprake is van een schending van de Nederlandse openbare orde.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe, erkent de Oekraïense beslissing en verklaart deze binnen Nederland uitvoerbaar. Tevens wordt de vader veroordeeld in de kosten van de afgifte van het verlof. De beschikking is gegeven zonder partijen vooraf te horen en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De Oekraïense alimentatiebeslissing wordt erkend en uitvoerbaar verklaard in Nederland.