Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met 7 producties
- de fax van Infomedics van 25 maart 2019 met 3 producties
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van de bewindvoerder.
2.De beoordeling
527,00
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een kort geding waarin de bewindvoerder van een persoon wiens vermogen onder bewind staat, schorsing van de executie van een verstekvonnis vordert. Het verstekvonnis is gewezen tegen de persoon zelf, terwijl het vermogen sinds 4 augustus 2016 onder bewind staat en dit bewind is gepubliceerd in het Centraal Curatele- en Bewindregister.
De bewindvoerder stelt dat de eiser in de bodemprocedure de verkeerde partij heeft gedagvaard door niet de bewindvoerder, maar de onder bewind gestelde persoon zelf te dagvaarden. De eiser voert aan dat het niet vaststaat dat het bewind ten tijde van de dagvaarding zichtbaar was in het Bewindregister en beroept zich op derdenbescherming.
De rechtbank oordeelt dat het bewind wel degelijk bekend had moeten zijn en dat de eiser de procedure tegen de verkeerde partij heeft gevoerd. Executie van het verstekvonnis op het onder bewind gestelde vermogen leidt tot misbruik van bevoegdheid. Daarom wordt de executie geschorst, moet beslag op de uitkering worden opgeheven en reeds geïnde bedragen worden terugbetaald. Tevens wordt de eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De executie van het verstekvonnis wordt geschorst omdat het vermogen van de veroordeelde onder bewind stond en de bewindvoerder niet was betrokken.