De rechtbank Midden-Nederland heeft op 17 januari 2019 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot 29 januari 2020 en een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor een periode van zes maanden. De minderjarige woont bij de vader, maar er is sprake van ernstige ouderverstoting waarbij de vader niet bereid of in staat is het contact met de moeder te stimuleren. Dit leidt tot psychische kindermishandeling en bedreigt de ontwikkeling van het kind.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) hebben ernstige zorgen geuit over de veiligheid en emotionele ontwikkeling van de minderjarige. Het NIFP-rapport bevestigt een aanpassingsstoornis en een loyaliteitsconflict waarbij het kind de moeder afwijst om de vader te behouden. Pogingen tot contactherstel zijn mislukt, mede door de onwil van de vader en zijn familie.
De rechtbank acht een uithuisplaatsing op een neutrale plek noodzakelijk als laatste redmiddel om de psychische mishandeling te stoppen en het contact met de moeder te herstellen. Hoewel ingrijpend, is dit op de lange termijn beter voor de minderjarige. De zorgregeling wordt voorlopig vastgesteld waarbij de GI de invulling van het contact tussen de minderjarige en de moeder zal vormgeven. De behandeling van de definitieve zorgregeling wordt aangehouden.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege de ernst van de situatie en de leeftijd van de minderjarige. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.