Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Randstad Uitzendbureau B.V., te Diemen, gemachtigde: mr. N.J.E. Pappot-van Veen.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres werkte 40 uur per week en meldde zich ziek, waarna zij een ZW-uitkering ontving. Verweerder beëindigde de uitkering per 11 juni 2017 omdat eiseres volgens arbeidsdeskundige rapporten meer dan 65% van haar loon kon verdienen.
Na bezwaar en beroep werd het besluit van beëindiging gehandhaafd, mede vanwege het bereiken van de maximale uitkeringsduur van 104 weken. Eiseres betwistte de vastgestelde maatmanomvang van 20 uur per week, maar de rechtbank stelde ambtshalve vast dat zij geen procesbelang had omdat zij het maximale resultaat al had bereikt.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van procesbelang leidde tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De afwijzing van de WIA-aanvraag op basis van een andere beoordelingsdatum en eigen kader beïnvloedt dit oordeel niet. Eiseres kan haar bezwaren in de WIA-procedure aanvoeren. Het beroep wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de ZW-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.