Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2019:2033

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 mei 2019
Publicatiedatum
8 mei 2019
Zaaknummer
478457 / HA RK 19-101
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens gebrek aan inhoudelijke gronden

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die de zaak met nummer 7299321 MC EXPL 18-9072 behandelde. Het verzoek werd op 23 april 2019 openbaar behandeld door de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland.

Tijdens de mondelinge behandeling was verzoeker afwezig, evenals de gewraakte kantonrechter. Vertegenwoordigers van een derde-belanghebbende waren wel aanwezig. De kantonrechter verweerde zich schriftelijk en stelde dat er geen inhoudelijke gronden waren om aan zijn onpartijdigheid te twijfelen.

De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet voldeed aan de vereisten van artikel 36 Rv Pro, omdat er geen feiten of omstandigheden waren gesteld die een schijn van vooringenomenheid konden doen ontstaan. Ook was geen reden om het verzoek naar een externe kamer te verwijzen. Het verzoek werd daarom ongegrond verklaard en de procedure werd voortgezet zoals die was opgeschort.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 478457 / HA RK 19-101
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
7 mei 2019
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoeker]
wonende in [woonplaats] ,
verder te noemen: verzoeker.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het wrakingsverzoek van verzoeker van 2 april 2019;
- de schriftelijke reactie van mr. R.P.P. Hoekstra van 15 april 2019.
1.2.
Het wrakingsverzoek is op 23 april 2019 in het openbaar behandeld door de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken (verder: de wrakingskamer).
1.3.
Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:
- mrs. B.A.M. Bos en mr. P.J.P. van Aarssen, namens derde-belanghebbende [derde-belanghebbende] N.V.;
Verzoeker is niet verschenen. De gewraakte kantonrechter is met bericht van verhindering evenmin verschenen.
1.4.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. R.P.P. Hoekstra als behandelend kantonrechter (hierna te noemen: de kantonrechter), in de zaak met zaaknummer 7299321 MC EXPL 18-9072. Verzoeker vraagt om behandeling van het verzoek door een externe wrakingskamer van de commissie van de Tweede Kamer en het gerechtshof Den Haag.
2.2.
De kantonrechter heeft niet berust in de wraking. In zijn schriftelijke reactie stelt hij zich op het standpunt dat er geen inhoudelijke gronden worden genoemd op grond waarvan aan zijn onpartijdigheid getwijfeld zou moeten of kunnen worden. Voor zover de reden van wraking ligt in het niet overdragen van de zaken aan andere instanties of het laten stoppen van de zaken, dan zal daarop pas bij vonnis kunnen worden beslist en levert dit geen reden tot wraking op.

3.De beoordeling

3.1.
Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij dienen feiten en omstandigheden te worden gesteld ten aanzien van de rechter tegen wie het wrakingsverzoek is gericht.
3.2.
De wrakingskamer stelt voorop dat, gelet op het Wrakingsprotocol rechtbank Midden-Nederland, geen aanleiding bestaat om het wrakingsverzoek naar een externe kamer of instantie te verwijzen.
3.3.
In het wrakingsverzoek en de overige overgelegde stukken worden geen gronden genoemd waaruit enige schijn van vooringenomenheid van de kantonrechter blijkt. Ook anderszins is de wrakingskamer niet gebleken van omstandigheden die er op duiden dat de kantonrechter een vooringenomenheid koestert tegenover verzoeker.
3.4.
Dit betekent dat het verzoek tot wraking zal worden afgewezen.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de gewraakte kantonrechter, mr. P.J.P. van Aarssen, alsmede aan de voorzitter van de afdeling Civiel en bestuursrecht en de president van deze rechtbank;
4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 7299321 MC EXPL 18-9072 dient te worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, en
mr. N.E.M. Kranenbroek en mr. N.M. Spelt als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. C.E.M. Roeleveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2019.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.