ECLI:NL:RBMNE:2019:2034
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- S.C. Hagedoorn
- N.E.M. Kranenbroek
- N.M. Spelt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens gebrek aan inhoudelijke gronden
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een civiele procedure, stellende dat deze partijdig zou zijn. De wrakingskamer behandelde het verzoek op 23 april 2019, waarbij niemand verscheen. De kantonrechter ontkende elke schijn van vooringenomenheid en stelde dat het verzoek geen inhoudelijke gronden bevatte.
De wrakingskamer oordeelde dat geen reden bestond om het verzoek naar een externe instantie te verwijzen. Tevens wees zij een aanvullend wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer zelf af wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid, omdat het verzoek pas na een eindbeslissing werd ingediend en dezelfde omstandigheden betroffen als het oorspronkelijke verzoek.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die een schijn van partijdigheid van de kantonrechter wekten. Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard. Daarnaast werd een wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken in dezelfde procedure, omdat verzoeker door herhaalde wrakingsverzoeken de voortgang van de hoofdzaak ernstig belemmert.
De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt ongegrond verklaard en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.