Op 3 november 2017 werd verdachte aangehouden met een groot bedrag contant geld in zijn auto en een mes bij zich tijdens een conflict op straat in Utrecht. Het Openbaar Ministerie beschuldigde hem van witwassen van een bedrag van 76.166 euro (subsidiair 25.712,55 euro) en het dragen van een mes.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat het geld afkomstig was uit een misdrijf. Verdachte gaf een concrete en verifieerbare verklaring dat het geld afkomstig was van een getuige die een autohandelbedrijf runt. Deze verklaring werd ondersteund door de getuige, en het OM had nagelaten verder onderzoek te verrichten. Daarom werd verdachte vrijgesproken van witwassen.
Voor het dragen van het mes, dat tijdens een conflict werd gebruikt en als wapen kon worden aangemerkt, werd verdachte wel schuldig bevonden. Gelet op de omstandigheden en landelijke richtlijnen werd een geldboete van 200 euro opgelegd. Daarnaast werd het geldbedrag van 25.712,55 euro aan verdachte teruggegeven.