ECLI:NL:RBMNE:2019:2134

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 april 2019
Publicatiedatum
14 mei 2019
Zaaknummer
18/3767
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 AVGArt. 26 AVG
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verwijdering persoonsgegevens door Belastingdienst/Toeslagen

Eiseres heeft kinderbijslag ontvangen van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die een startbericht met haar persoonsgegevens aan de Belastingdienst/Toeslagen heeft verzonden om het recht op kindgebonden budget vast te stellen. Eiseres verzocht de SVB om de Belastingdienst/Toeslagen op te dragen haar persoonsgegevens te verwijderen, maar dit verzoek werd afgewezen.

De rechtbank overweegt dat de SVB geen wettelijke bevoegdheid heeft om de Belastingdienst/Toeslagen te verplichten gegevens te verwijderen, omdat de Belastingdienst/Toeslagen als verwerkingsverantwoordelijke fungeert nadat de gegevens zijn verstrekt. Eiseres stelde dat SVB en Belastingdienst/Toeslagen gezamenlijk verantwoordelijk zijn, maar de rechtbank concludeert dat dit niet het geval is gezien de eenmalige gegevensverstrekking en de verdere verwerking door de Belastingdienst/Toeslagen zonder betrokkenheid van SVB.

Verder verwijst de rechtbank naar eerdere uitspraken over de rechtmatigheid van de gegevensverstrekking en benadrukt dat mogelijke alternatieven voor gegevensuitwisseling een politieke kwestie zijn. Het verzoek om verwijdering van gegevens bij SVB zelf valt buiten deze procedure. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van de SVB wordt ongegrond verklaard omdat geen wettelijke grondslag bestaat om de Belastingdienst/Toeslagen te verplichten haar persoonsgegevens te verwijderen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 18/3767

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2019 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Schaap en mr. J.L. Hardiwinangun).

Procesverloop

Bij besluit van 12 augustus 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek om de Belastingdienst/Toeslagen op te dragen de persoonsgegevens van eiseres te verwijderen afgewezen.
Bij besluit van 29 augustus 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 februari 2019. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 2016. Verweerder heeft voor eiseres kinderbijslag toegekend en een zogenaamd startbericht aan de Belastingdienst/Toeslagen verzonden. Dat is een digitaal bericht waaruit blijkt dat voor het desbetreffende kind recht op kinderbijslag bestaat. Het startbericht wordt automatisch aan de Belastingdienst/Toeslagen verzonden.
2. In deze zaak is uitsluitend het verzoek aan de orde om de Belastingdienst/Toeslagen op te dragen de persoonsgegevens van eiseres te verwijderen. Het verzoek om mee te delen welke persoonsgegevens door verweerder aan de Belastingdienst/Toeslagen zijn verstrekt, op grond van welke wettelijke grondslag dat is gedaan en in hoeverre die verstrekking in overeenstemming is met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, is al in een eerdere procedure aan de orde geweest. De rechtbank verwijst naar zijn uitspraak van 7 februari 2017 met zaaknummer UTR 17/4231 en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 6 juni 2018 met zaaknummer 201702342/1/A3.
3. Verweerder heeft het verzoek onder verwijzing naar artikel 17 van Pro de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) afgewezen, omdat de AVG geen grondslag biedt op basis waarvan hij de Belastingdienst/Toeslagen kan opdragen de verstrekte gegevens te vernietigen. De eenmalige verstrekking van gegevens bij het startbericht heeft al plaatsgevonden. Daarom is de Belastingdienst/Toeslagen de verwerkingsverantwoordelijke van de gegevens. Verweerder is dat niet meer en kan de Belastingdienst/Toeslagen daarom niet opdragen de gegevens van eiseres te verwijderen.
4. Eiseres voert aan dat de verstrekking van gegevens door verweerder aan de Belastingdienst/Toeslagen niet proportioneel was. Een groot deel van de gegevens is overbodig. De verstrekking daarvan is onrechtmatig. Verweerder moet verantwoordelijkheid nemen en contact opnemen met de Belastingdienst/Toeslagen om de gegevens te laten verwijderen. Dat de Belastingdienst/Toeslagen ook een verantwoordelijkheid heeft, maakt niet dat verweerder niet verantwoordelijk is. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiseres verwezen naar artikel 26 van Pro de AVG en gesteld dat verweerder en de Belastingdienst/ Toeslagen gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijke zijn. Verweerder kan daarom niet volstaan met de verwijzing naar de Belastingdienst/Toeslagen.
5. De rechtbank overweegt dat er geen wettelijke basis is, op grond waarvan verweerder de Belastingdienst/Toeslagen kan opdragen om gegevens van eiseres te verwijderen. Artikel 26 van Pro de AVG is van toepassing als twee of meer verwerkingsverantwoordelijken gezamenlijk de doeleinden en middelen van de verwerking bepalen. Nergens is vastgelegd dat verweerder en de Belastingdienst/Toeslagen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de gegevens die met het startbericht aan de Belastingdienst/Toeslagen worden gestuurd. Ook uit de feitelijke gang van zaken blijkt geen gezamenlijke verantwoordelijkheid, nu het startbericht eenmalig is en de Belastingdienst/Toeslagen deze gegevens verder verwerkt (om een eventueel recht op een kindgebonden budget te beoordelen), zonder dat verweerder daarbij betrokken is. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee ook de verantwoordelijkheid voor de gegevens die zijn overgedragen bij de Belastingdienst/Toeslagen komen te liggen.
6. Naar aanleiding van de stelling van eiseres dat de verstrekking van gegevens door verweerder aan de Belastingdienst/Toeslagen niet proportioneel was en daarom onrechtmatig, verwijst de rechtbank naar de eerdere procedure en naar wat daarin is geoordeeld over de rechtmatigheid van de gegevensverstrekking. Dat de uitwisseling van gegevens wellicht op een andere manier zou kunnen plaatsvinden, waarbij bijvoorbeeld minder gegevens worden uitgewisseld, ligt hier nu evenmin voor. Dat is in feite een politieke kwestie. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat wordt gewerkt aan een nieuw samenwerkingsconvenant tussen verweerder en de Belastingdienst/Toeslagen, maar of dit leidt tot een andere manier van gegevens uitwisselen is nog niet bekend.
7. In beroep heeft eiseres verweerder verzocht om ook de gegevens die aanwezig zijn bij verweerder zelf te vernietigen. Tijdens de zitting heeft verweerder toegezegd dat hij op korte termijn een beslissing zal nemen op dit verzoek. Eiseres kon zich daarin vinden. Het verzoek om verwijdering van gegevens door verweerder zelf valt daarom buiten de omvang van dit beroep.
8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Slierendrecht, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.