Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
Ga je zoon maar halen, als je me ooit nog bedriegt dan vermoord ik niet alleen jou maar ook je gezin en je familie”. [3]
Ik ga mee. Ik wil [A](de rechtbank begrijpt: [A] , de ex-man van aangeefster)
spreken en ik wil je zoontje vertellen wat voor een slechte moeder je bent”. [4]
Ik heb ook niets meer, dus waarom zou ik jou dan sparen”. Later in de auto zei hij nog: “
Dat ik je kapot ga maken, daar hoef je niet aan te twijfelen”. [5] Wij zijn met mijn auto (de rechtbank begrijpt: naar de woning van haar ex-man) gereden. Ik reed zelf. [6] [verdachte] had het pistool in de auto nog steeds bij zich, in zijn jaszak. Ik heb hem een paar keer gesmeekt om niet mee te gaan. Maar zijn toon, zijn bedreigingen en gebiedende wijs plus de wetenschap dat hij een wapen op zak had zorgde dat ik meewerkte. [7] Ik heb geen kans gezien om weg te lopen bij hem op het moment dat wij naar de auto liepen. Hij was zo dichtbij. Plus hij droeg een vuurwapen bij zich. Ik zag het pistool bij hem in zijn jaszak zitten toen we in de auto zaten. Ik voelde me gedwongen [verdachte] mee te nemen door zijn toon, zijn houding, hij zat heel breed, zijn gezichtsuitdrukkingen. Hij heeft brede kaken en hij zei: “
Je kunt er gerust van zijn dat ik je kapot ga maken”. [8]
Begin te lopen” en “
Kom dan”. Ik hoorde [slachtoffer] op een bijna smekende manier “
Alsjeblieft” zeggen. [9] Tien minuten na het ontvangen van het gesproken bericht stond [slachtoffer] bij mij voor de voordeur. Wat me opviel is dat ze krampachtig liep, ze liep met haar armen over elkaar en dat is niet wat ik van haar gewend ben. Dit is de eerste keer dat ik haar zo heb zien lopen. Ze zei dat [verdachte] in de auto zat. Ik zag en hoorde aan [slachtoffer] dat zij heel erg bang en angstig was. Ik merkte dat aan de manier van praten en doen en dat zij emotioneel was. Ik heb acht jaar een relatie met haar gehad en heb haar nog nooit zo gezien. Ze vertelde mij dat [verdachte] een vuurwapen bij zich had. [10]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
.Uit het voortgangsverslag van de reclassering van 29 april 2018 is gebleken dat verdachte daarnaast het contactverbod dat in het kader van zijn schorsing uit de voorlopige hechtenis aan hem werd opgelegd, heeft overtreden.
- zich niet ophoudt in een straal van 100 meter van het adres [adres] , 1277 CB te Huizen; en
- zich onthoudt van contact met [slachtoffer] , zowel direct als indirect en in welke vorm dan ook.
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 57, 282 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en
- 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
10.BESLISSING
- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 jaren;
- beveelt dat verdachte
- zich niet ophoudt binnen een straal van 100 meter van het adres [adres] , (1277 CB) te Huizen; en
- zich onthoudt van contact met [slachtoffer] , zowel direct als indirect en in welke vorm dan ook;