ECLI:NL:RBMNE:2019:2289
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde recreatiepark voor belastingjaren 2014-2016
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarden van het recreatiepark voor de belastingjaren 2014, 2015 en 2016, waarbij telkens een waarde van €3.959.000,- was vastgesteld. Eiseres stelde dat lagere deelwaarden voor de kavels en opstallen waren overeengekomen en dat de waarde daarom €3.230.000,- zou moeten zijn.
Verweerder ontkende dat er afspraken waren gemaakt over de deelwaarden en onderbouwde de vastgestelde waarden met taxatierapporten waarin systematische vergelijking met marktgegevens werd toegepast. Hoewel de rechtbank enkele tekortkomingen in de onderbouwing constateerde, vond zij dat de marktgegevens voldoende waren om de vastgestelde waarden te ondersteunen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat er afspraken over deelwaarden waren en dat de door haar overgelegde taxatierapporten onvoldoende objectieve marktgegevens bevatten. Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en bevestigde zij de vastgestelde WOZ-waarden.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 15 mei 2019. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde van €3.959.000,- per jaar.