De werknemer, een docent techniek, vordert vergoeding van overuren op grond van strijd met goed werkgeverschap, stellende dat talenturen als lesuren moeten worden aangemerkt en meetellen bij de maximale lestaak van 750 klokuren per jaar. De cao Voortgezet Onderwijs bepaalt een normjaartaak van 1.659 klokuren en een maximale lestaak van 750 klokuren, met taakbeleid dat afwijkingen regelt.
De werkgever heeft het taakbeleid 2012-2014 gehanteerd, waarin het maximum aantal klokuren les is vastgesteld op 785, inclusief een onderscheid tussen vaklessen en niet-vaklessen. Talenturen worden als een aparte categorie met een eigen voor- en nawerkfactor behandeld. Vanaf 2019 worden talenturen gelijkgesteld aan vaklessen. De docent stelt dat hij structureel meer lesuren heeft gemaakt dan toegestaan en dat deze overuren vergoed moeten worden.
De rechtbank oordeelt dat talenturen als lesuren moeten worden aangemerkt en meetellen bij de maximale lestaak. Echter, uit overzichten en stellingen blijkt niet dat de docent de normjaartaak van 1.659 klokuren per jaar heeft overschreden. De vermeende overuren zijn binnen de normjaartaak gecompenseerd door minder andere taken. Er is geen bewijs dat de docent te weinig loon heeft ontvangen of dat de overbelasting heeft geleid tot arbeidsongeschiktheid.
De vordering tot vergoeding van overuren wordt daarom afgewezen. De klachtplicht en rechtsverwerking worden niet inhoudelijk behandeld. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.