Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
3.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- de maatregel tot terbeschikkingstelling met voorwaarden, met daarbij oplegging van de voorwaarden zoals vermeld in het reclasseringsadvies dat is opgemaakt ten behoeve van de zitting van 20 mei 2019;
- de dadelijke uitvoerbaarheid van de terbeschikkingstelling met voorwaarden.
Een intensieve behandeling gericht op het voorkomen van seksueel overschrijdend gedrag kan slechts ambulant plaatsvinden, indien er sprake is van een grote motivatie en responsiviteit in combinatie met optimale omgevingsfactoren.” Nu al deze factoren bij verdachte ontbreken, acht de rechtbank de kans op resultaat bij een klinische behandeling veel groter dan binnen een ambulant traject. De rechtbank betrekt hierbij ook hetgeen hiervoor (bij de motivering van het kader dat de rechtbank nodig acht) is overwogen over de wijze waarop verdachte in het verleden is omgegaan met hem opgelegde bijzondere voorwaarden/behandelverplichtingen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de behandeling die verdachte dient te ondergaan, in ieder geval in aanvang, in een klinisch kader dient plaats te vinden.
4.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
5.BESLISSING
gevangenisstrafvan
2 jaren;
gelast dat verdachte ter beschikking wordt gestelden stelt daarbij de volgende
voorwaardenbetreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde:
dadelijk uitvoerbaaris;