Verhuurders vorderen ontruiming van een appartement dat verhuurd is aan een onder bewind gestelde huurder die sinds haar opname in een verzorgingstehuis niet meer in de woning verblijft. De huurder is niet meer in staat terug te keren, zoals bevestigd door haar mentor. De bewindvoerder vertegenwoordigt de huurder in deze procedure.
Een andere bewoner, die sinds november 2018 op het adres staat ingeschreven, stelt medehuurder te zijn. De rechtbank oordeelt dat deze persoon niet als medehuurder kan worden aangemerkt omdat hij niet op de huurovereenkomst staat en er geen duurzame gemeenschappelijke huishouding is geweest gedurende de vereiste periode.
De voorzieningenrechter wijst de vordering tot ontruiming toe aan zowel de huurder (vertegenwoordigd door de bewindvoerder) als de andere bewoner. De ontruimingstermijn wordt gesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis. De kostenveroordeling volgt voor de andere bewoner, terwijl de kosten tussen verhuurders en bewindvoerder worden gecompenseerd.