Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 mei 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, een Poolse werknemer, ontving een WW-uitkering na werkloosheid. Verweerder herzag en vorderde deze uitkering terug op grond van het vermoeden dat eiser in de relevante perioden niet in Nederland, maar in Polen verbleef. Verweerder baseerde dit op wisselende verklaringen van eiser, pintransacties en IP-loggings.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiser in de perioden van 6 april 2015 tot 8 mei 2015 en van 1 november 2016 tot 30 april 2017 in Polen verbleef. De pintransacties en andere gegevens wijzen erop dat eiser mogelijk wel in Nederland was. Ook is de strengere bewijslast voor het opleggen van een boete niet gehaald.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit, herroept de primaire besluiten en veroordeelt verweerder in de proceskosten. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De herziening, terugvordering van de WW-uitkering en de boete zijn onterecht en worden vernietigd.