In deze zaak stond de opzegging van een duurovereenkomst tussen een distributeur en leverancier van vloeistoffen voor elektronische sigaretten centraal. De distributeur vorderde nakoming van de overeenkomst, een verbod voor de leverancier om aan anderen te leveren en een verbod om haar afnemers te benaderen, alsmede terugname en vergoeding van onverkochte voorraad.
De rechtbank oordeelde dat de distributeur geen spoedeisend belang meer had bij nakoming, omdat zij berustte in de opzegging. De exclusiviteit was al op 23 mei 2018 beëindigd, en de leverancier leverde sindsdien ook aan anderen. De vermeende terugkoopverplichting was niet aannemelijk gemaakt. De distributeur droeg het risico van onverkochte voorraad.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de opzegging rechtmatig was en dat geen bijzondere eisen voor opzegging van een duurovereenkomst van toepassing waren. De vorderingen werden afgewezen en de distributeur werd veroordeeld in de proceskosten.