Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Frissch B.V., vergunninghouder (gemachtigde: mr. C.J. Schipperus).
Rechtbank Midden-Nederland
Op 1 februari 2019 verleende het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht een omgevingsvergunning aan Frissch B.V. voor het verbouwen en herbestemmen van de rijksmonumentale buitenplaats Vijverhof in Nieuwersluis tot hotel. Omwonenden maakten bezwaar tegen dit besluit en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang, omdat het monument al jaren leegstaat en vervalt, en de werkzaamheden conform adviezen van de monumentencommissie en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed worden uitgevoerd. Bovendien was de omgevingsvergunning niet in strijd met het bestemmingsplan, dat de komst van een hotel mogelijk maakt.
Verzoekers konden niet concreet aantonen welke onomkeerbare schade de werkzaamheden aan de monumentale waarden zouden veroorzaken. Ook verwees de voorzieningenrechter naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan afwees.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De inhoudelijke beoordeling van het geschil, waaronder de vragen over belanghebbendheid en de juiste procedure, blijft voor de bezwaarfase.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor hotelontwikkeling Vijverhof wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.