De grootouders hebben op 27 maart 2019 een verzoek ingediend om de voogdij over hun kleinkind, [minderjarige 1], over te nemen van de pleegouders. Dit verzoek is gebaseerd op het feit dat [minderjarige 1] sinds de kerstvakantie van 2017 bij de grootouders woont en er geen contact meer is met de pleegouders. De pleegouders zijn bij beschikking van 5 april 2018 belast met de voogdij over de kinderen, maar hebben niet gereageerd op het verzoekschrift en de zittingsuitnodiging.
Tijdens de zitting van 6 juni 2019 is gesproken met de minderjarige en de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank acht het van belang dat er een onderzoek plaatsvindt naar de geschiktheid van de grootouders als voogden en naar het standpunt van de pleegouders, evenals naar de mogelijkheden tot contactherstel tussen de tweelingbroers, waarvan één meervoudig gehandicapt is. De zaak wordt aangehouden voor twee maanden om dit onderzoek af te wachten, mede vanwege de noodzaak voor [minderjarige 1] om zich tijdig aan te melden voor een vervolgopleiding.
De rechtbank heeft de Raad voor de Kinderbescherming verzocht schriftelijk te rapporteren en te adviseren over de voogdij en zal op basis van deze informatie een nadere beslissing nemen. De beschikking is op 26 juni 2019 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter A.G. van Doorn.