ECLI:NL:RBMNE:2019:2858
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging schorsing voorlopige hechtenis bij verdenking zwaar strafbaar feit
De officier van justitie stelde beroep in tegen het bevel van de rechter-commissaris tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die wordt verdacht van een feit waarop een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer staat. De rechter-commissaris had de voorlopige hechtenis geschorst vanwege de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn gezondheid en de zorg voor zijn zieke vrouw.
De rechtbank weegt het strafvorderlijk belang en het persoonlijk belang van verdachte tegen elkaar af. Gelet op de ernst van het feit en de geschokte rechtsorde acht de rechtbank het moeilijk verenigbaar dat verdachte op vrije voeten zou komen. De rechtbank stelt dat de geschokte rechtsorde zich manifesteert vanaf het moment van aanhouding, ongeacht het tijdstip waarop de verdenking ontstond.
De persoonlijke omstandigheden van verdachte worden erkend, maar zijn niet van zodanige aard dat zij zwaarder wegen dan het strafvorderlijk belang. Daarom verklaart de rechtbank het beroep van de officier van justitie gegrond en vernietigt het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis, waardoor de voorlopige hechtenis wordt voortgezet.
Uitkomst: Het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt vernietigd en de voorlopige hechtenis van verdachte wordt voortgezet.