Op 22 maart 2017 werd eiser, rijdend op een motor, aangereden door een auto die linksaf sloeg zonder voorrang te verlenen. De verzekeraar van de automobilist erkende aansprakelijkheid, maar stelde dat eiser mede schuld had wegens te hoge snelheid, mogelijk tussen 40 en 60 km/u, terwijl de toegestane snelheid 30 km/u was.
De rechtbank onderzocht getuigenverklaringen van een buschauffeur en een voorbijganger, die beiden bevestigden dat de motorrijder met hoge snelheid reed en zelfs loskwam van de weg bij een hobbel. Een rapport van een deskundige gaf een botsnelheid van 40-60 km/u aan, maar de rechtbank hechtte meer waarde aan de waarnemingen van de getuigen dan aan de abstracte analyse van het rapport.
Eiser stelde dat hij vaart minderde tot ongeveer 40 km/u vlak voor het ongeval en dat hij gas gaf om voor de auto langs te kunnen rijden, in de veronderstelling dat de automobilist hem had gezien. De rechtbank concludeerde dat eiser de maximumsnelheid had overschreden, maar dat zijn bijdrage aan het ongeval gering was.
Gezien de ernst van de fouten van de automobilist en de omstandigheden, oordeelde de rechtbank dat de volledige schadevergoeding voor rekening van de verzekeraar van de automobilist komt. De schade wordt opgemaakt bij staat en de verzekeraar wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.