ECLI:NL:RBMNE:2019:3019

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 juli 2019
Publicatiedatum
2 juli 2019
Zaaknummer
C/16/461297 / FO RK 18-889
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verklaring rechtsvermoeden van overlijden van vermiste sinds 1 januari 2013

De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van verzoekster tot verklaring van rechtsvermoeden van overlijden van de vermiste. Eerder was de procedure aangehouden vanwege de wettelijke oproeping van de vermiste in een landelijk dagblad in Soedan.

Verzoekster heeft tevergeefs geprobeerd de vermiste via een advertentie in een landelijk Soedanees dagblad op te roepen, mede door de onstabiele en gewelddadige situatie in Soedan. De vermiste is wel opgeroepen in de Staatscourant, maar zonder resultaat.

Gezien het ontbreken van enig teken van leven sinds 1 januari 2013 en de omstandigheden, acht de rechtbank het bestaan van de vermiste onzeker en verklaart zij het rechtsvermoeden van overlijden vanaf die datum. Het verzoek om onmiddellijke uitvoerbaarheid van de beschikking wordt afgewezen omdat de beslissing eerst onherroepelijk moet zijn.

Uitkomst: Rechtsvermoeden van overlijden van de vermiste wordt vastgesteld vanaf 1 januari 2013.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/461297 / FO RK 18-889
verklaring rechtsvermoeden van overlijden
Beschikking van 4 juli 2019
in de zaak van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat mr. Th.P.M. Moons,
betreffende
[de vermiste] ,
geboren op [geboortedatum] -0000 te [geboorteplaats] , Etiopië,
hierna te noemen: de vermiste.

1.Verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft op 14 februari 2019 een eerdere beschikking gegeven. Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt verwezen naar die beschikking.
1.2.
Daarna heeft de rechtbank op 8 juni 2019 een faxbericht ontvangen van mr. Moons.

2.Feiten

De rechtbank verwijst hiervoor naar de beschikking van 14 februari 2019.

3.Beoordeling van het verzochte

3.1.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en verklaren dat sinds 1 januari 2013 een rechtsvermoeden van overlijden bestaat van de vermiste. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij tot dit oordeel komt.
3.2.
Bij beschikking van 14 februari 2019 heeft de rechtbank reeds overwogen dat het bestaan van de vermiste onzeker is, gelet op de consistente verklaring van verzoekster in samenhang met de overgelegde overlijdensakte uit Eritrea. De behandeling van het verzoek is aangehouden, in afwachting van de wettelijk voorgeschreven oproeping van de vermiste. Verzoekster heeft de opdracht gekregen om de vermiste op te roepen bij advertentie in een landelijk verschijnend dagblad in Soedan.
3.3.
Inmiddels is gebleken dat verzoekster er niet in is geslaagd om een advertentie te laten plaatsen in een landelijk dagblad in Soedan. Verzoekster heeft tevergeefs geprobeerd om in contact te komen met de uitgever van de [..] in Soedan.
3.4.
De rechtbank is van oordeel dat niet van verzoekster kan worden verwacht dat zij de vermiste nog zal oproepen in een landelijk dagblad in Soedan. Verzoekster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij dit heeft geprobeerd, maar dat het niet is gelukt. Recent is het geweld in Soedan weer opgelaaid en de situatie daar is zeer instabiel. Deze bijzondere omstandigheden staan eraan in de weg dat de vermiste in een landelijk dagblad in Soedan wordt opgeroepen. De vermiste is wel, tevergeefs, opgeroepen in de Staatscourant.
3.5.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen, aangezien het bestaan van de vermiste onzeker is en al ruim 6 jaar niets meer van de vermiste is vernomen, ondanks de pogingen van verzoekster daartoe en de oproeping van de vermiste in de Staatscourant.
Als dag waarop de vermiste wordt vermoed te zijn overleden, zal de rechtbank 1 januari 2013 vaststellen. Volgens de verklaring van verzoekster is de vermiste op die dag omgekomen bij een verkeersongeluk in Soedan.
3.6.
Verzoekster heeft verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing meteen moet worden uitgevoerd, ook al wordt er hoger beroep ingesteld. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen, aangezien de ambtenaar van de burgerlijke stand de beslissing pas kan verwerken wanneer deze onherroepelijk is.

4.Beslissing

De rechtbank
4.1.
verklaart dat sinds 1 januari 2013 een rechtsvermoeden van overlijden bestaat van:
[de vermiste] , geboren op [geboortedatum] -0000 te [geboorteplaats] , Etiopië,
4.2.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Verouden als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2019.
..