ECLI:NL:RBMNE:2019:3044
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens niet-onafhankelijk medisch onderzoek
De officier van justitie verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene te verlenen. De geneeskundige verklaring waarop dit verzoek was gebaseerd, was opgesteld door een arts in opleiding tot specialist (ANIOS) die betrokken was geweest bij de behandeling van betrokkene, onder meer door het voorschrijven van medicatie.
Betrokkene voerde aan dat de verklaring niet voldeed aan de wettelijke eisen omdat het onderzoek niet door een onafhankelijke arts was verricht. De rechtbank oordeelde dat het voorschrijven van psychofarmaca als behandeling geldt en dat de arts daardoor niet onafhankelijk was. Er was ook geen sprake van een acute noodsituatie die het onderzoek door een andere arts onmogelijk maakte.
Op grond van artikel 21, eerste lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) en jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is vereist dat een niet-behandelend arts de betrokkene persoonlijk onderzoekt. De rechtbank concludeerde dat aan deze vereisten niet was voldaan en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling.
Uitkomst: De rechtbank wees het verzoek tot machtiging voortzetting inbewaringstelling af wegens het ontbreken van een onafhankelijke medische verklaring.