ECLI:NL:RBMNE:2019:3252
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot benoeming van vereffenaar wegens ontbreken belang
Verzoekster, schuldeiser van een van de erfgenamen, verzocht de rechtbank om benoeming van een vereffenaar voor de nalatenschap van erflater. Zij stelde dat haar belangen als schuldeiser werden geschaad door gedragingen van de erfgenamen en dat zij geen inzicht kreeg in de correcte verdeling van de nalatenschap.
De nalatenschap betrof vijf erfgenamen die zuiver hadden aanvaard en er waren geen schulden meer in de nalatenschap. De rechtbank overwoog dat de kerntaak van een vereffenaar is het voldoen van schulden en het verkrijgen van overzicht over bezittingen en schulden. Omdat er geen schulden meer waren, zou een vereffenaar geen taak hebben.
Belanghebbenden voerden aan dat er al een bodemprocedure loopt over de verdeling van de nalatenschap en dat benoeming van een vereffenaar niet wenselijk is. De rechtbank vond dat verzoekster in beginsel ontvankelijk was maar geen belang had bij de benoeming.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot benoeming van een vereffenaar af en ook het verzoek tot vaststelling van het loon van de vereffenaar. Verzoek tot vergoeding van proceskosten door belanghebbenden werd eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De beschikking is uitgesproken door rechter M.J. Smit op 25 juli 2019 en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzoek tot benoeming van een vereffenaar wordt afgewezen wegens ontbreken van belang.