Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 juli 2019 in de zaak tussen
Stichting Protestants Christelijk Onderwijs Utrecht, te Utrecht, eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder heeft ter zitting aangevoerd dat er in 2014 al een Regeling bekostiging personeel PO [1] bestond, met daarin eenzelfde opsomming van documenten als in artikel 31, zesde lid, van de Regeling bekostiging personeel PO 2017-2018. Eiseres had daarom volgens verweerder kunnen weten dat hij ook met andere documenten dan met registratieformulieren van het COA kon aantonen dat de betreffende leerlingen asielzoekerskinderen zijn. Hoewel verweerder ter zitting verder heeft erkend dat hij eiseres in de brief van 31 oktober 2017 alleen om registratieformulieren van het COA heeft gevraagd, heeft verweerder ook erop gewezen dat verweerder juist vanwege de moeilijkheden bij het verkrijgen van COA-registratieformulieren heeft besloten om de documenten genoemd in artikel 31, zesde lid, van de Regeling bekostiging personeel PO 2017-2018 ook in het kader van de gewichtenregeling toe te laten als bewijs voor de asielzoekersstatus. Verweerder heeft het eiseres dus makkelijker gemaakt om aan te tonen dat het om asielzoekerskinderen gaat.
Omdat verweerder in het bestreden besluit niet enkel vanwege het ontbreken van COA-inschrijfformulieren kon concluderen dat de 12 leerlingen geen asielzoekerskinderen zijn, en verweerder eiseres in de besluitvormingsfase niet erop heeft gewezen dat zij de asielzoekersstatus van die leerlingen ook met andere documenten mocht onderbouwen en eiseres dit in redelijkheid ook niet hoefde te weten, berust het bestreden besluit naar het oordeel van de rechtbank op een ondeugdelijke motivering. Hierbij acht de rechtbank ook van belang dat verweerder eiseres in het kader van een hoorzitting in bezwaar erop had kunnen wijzen dat zij de asielzoekersstatus van de 12 leerlingen ook met andere documenten kon onderbouwen. Verweerder heeft dit nagelaten.
De rechtbank ziet echter aanleiding om dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht te passeren. Eiseres is in beroep alsnog in de gelegenheid gesteld de asielzoekersstatus met documenten als bedoeld in artikel 31, zesde lid, van de Regeling bekostiging personeel PO 2017-2018 te onderbouwen, maar is hierin niet geslaagd. Eiseres heeft alleen de genoemde e-mails overgelegd waaruit blijkt dat alle genoemde leerlingen met uitzondering van leerling 5 in een AZC hebben verbleven. De rechtbank is, met verweerder, van oordeel dat het enkele verblijf van de leerlingen in een AZC hun asielzoekersstatus niet aantoont. Eiseres heeft verder erkend dat er administratieve fouten zijn gemaakt waardoor er ten aanzien van de gestelde asielzoekersstatus van de 12 leerlingen geen documenten bewaard zijn gebleven. De rechtbank is van oordeel dat dit voor rekening van eiseres dient te komen. Eiseres moet een deugdelijke administratie bijhouden. [2]
en ondertekendformulier dat is opgenomen in de leerlingenadministratie van de school. In het verweerschrift heeft verweerder verder toegelicht dat de ouder door ondertekening van de ouderverklaring verklaart die verklaring naar waarheid te hebben ingevuld en ermee akkoord te gaan dat de informatie in die verklaring wordt opgenomen in de leerlingenadministratie. Verweerder heeft het leerlinggewicht van deze leerlingen terecht vanwege het ontbreken van een handtekening op de ouderverklaringen verlaagd naar 0.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1024,-;
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van € 338,- te vergoeden.